Het belang van een eigendomsvoorbehoud

1. Inleiding
In de media is veel te doen over het lot van leveranciers die zaken hebben geleverd aan de inmiddels failliete V&D winkels, zonder dat hun facturen zijn betaald.

Het is voor hen wrang vast te stellen dat, nu de V&D vestigingen voorlopig open blijven, hun spullen door V&D aan het publiek worden verkocht zonder dat die leveranciers daar zelf voor betaald hebben gekregen. De vraag is of zij ooit betaald zullen worden. Immers, de vorderingen van deze leveranciers zijn gewone handelsvorderingen (concurrente vorderingen). De ervaring bij de afwikkeling van faillissementen leert dat maar in een zeer bepekt aantal gevallen (ca. 5% van de faillissementen) de concurrente schuldeisers geheel of gedeeltelijk betaald worden.

2. Praktijk
Wat de curatoren in kas hebben of krijgen, onder meer uit de verkoop van niet aan de leveranciers betaalde goederen, gaat in de eerste plaats op aan boedelkosten. De boedelkostenzijn de kosten die rechtstreeks gemoeid zijn met de afwikkeling van het faillissement. Daarbij moet men denken aan onder meer het (door de rechtbank vast te stellen) salaris van de curatoren, de personeelskosten en de huurkosten vanaf de faillissementsdatum.

Van het geld dat na betaling van de boedelkosten overblijft, worden de preferente crediteuren betaald. De preferente crediteuren zijn de Belastingdienst, het UWV en werknemers met een loonvordering die is ontstaan vòòr het faillissement.
Indien er na de betaling van de boedel- en preferente crediteuren nog geld over is worden, zoals ik al aangaf, de vorderingen van de concurrente crediteuren voldaan.

3. Eigendomsvoorbehoud
Wij adviseren ondernemers de hiervoor geschetste risico’s zoveel mogelijk te beperken, door bij de levering van producten een eigendomsvoorbehoud te bedingen. Dat houdt kort gezegd in dat de leverancier bij de verkoop van zijn producten aan de afnemer bedingt dat deze producten eigendom van de leverancier blijven, zolang de bijbehorende factuur niet volledig is voldaan. Beter is het nog om een zogenoemd verlengd eigendomsvoorbehoud te maken. Een verlengd eigendomsvoorbehoud houdt in dat de producten eigendom van de leverancier blijven, zolang de afnemer ook maar nog iets verschuldigd is aan de leverancier voor door de leverancier geleverde zaken. De leverancier kan in dat geval ook eerder geleverde producten terughalen, ook al heeft de openstaande factuur geen betrekking op die specifieke producten.

Zolang de producten niet volledig zijn betaald, blijven ze eigendom van de leverancier en kan deze de producten terugnemen. Daarmee kan de leverancier de schade door het uitblijven van betaling, beperken.

4. Algemene Voorwaarden
Hoe werkt dit in de praktijk? In bijna alle gevallen wordt een eigendomsvoorbehoud opgenomen in de door een leverancier van toepassing verklaarde algemene voorwaarden, waarin ook andere zaken geregeld worden, zoals betalingstermijnen, garanties e.d.
Onze ervaring is dat veel ondernemers wel zulke voorwaarden hanteren, maar dat het soms verkeerd gaat bij de van toepassing verklaring van de voorwaarden. In dat geval zal een beroep op de voorwaarden, en meer specifiek op een eigendomsvoorbehoud, geen effect sorteren.

Ook komt het voor dat de inkopende partij eigen inkoopvoorwaarden hanteert met voor de leverancier ongunstige voorwaarden. Dit is vaak het geval bij ondernemingen die van wege hun omvang een sterkere positie hebben dan de individuele leverancier. Het valt niet uit te sluiten dat dit in de casus van V&D aan de orde is.

5. Afkoelingsperiode
Overigens is op verzoek van de curatoren van V&D door de rechter-commissaris een zogenaamde afkoelingsperiode afgekondigd. Dat betekent dat leveranciers, ondanks een geldend eigendomsvoorbehoud, gedurende minimaal twee maanden hun eigendommen niet kunnen opeisen bij de curatoren.

In een volgende bijdrage besteden we aandacht aan de formulering van een eigendomsvoorbehoud en de wijze waarop algemene voorwaarden van toepassing kunnen worden.

Dick Sluis


«MEER WETEN? »