Het wetsvoorstel Wet franchise: wat moet u weten?

De wetgever heeft onlangs het wetsvoorstel van de Wet Franchise ter consultatie aan belanghebbenden voorgelegd. Dit voorstel geeft uitvoering aan het in het regeerakkoord gestelde doel om “aanvullende wetgeving op het gebied van franchise om de positie van franchisenemers in de precompetitieve fase te versterken”. De consultatiefase is inmiddels afgelopen en het wetsvoorstel is voor advies naar de Raad van State gestuurd. De ingangsdatum van het de wet Franchise is nog niet bekend.

De franchiseovereenkomst

Een franchiseovereenkomst is een overeenkomst waarbij de franchisegever het recht verleent en de verplichting geeft aan de franchisenemer een bedrijf te exploiteren volgens het concept van de franchisegever. In Nederland zijn ongeveer 825 franchiseformules actief, met ruim 30.000 franchisevestigingen. Deze franchisevestigingen verschaffen aan ruim 300.000 mensen werk. Tot op heden heeft de franchiseovereenkomst echter geen zelfstandige plaats in het Burgerlijk Wetboek gekregen. Hier gaat dus mogelijk verandering in komen.

Problematiek

In 2016 is De Nederlandse Franchisecode (NFC) aangeboden aan de Minister van Economische Zaken. Deze code heeft tot doel houvast te bieden aan de sector voor het op concrete en evenwichtige wijze inrichten van de samenwerking tussen franchisegever en franchisenemer. Daarnaast biedt de code een inhoudelijk beoordelingskader voor geschillenbeslechting in franchiserelaties. Uit onderzoek is gebleken dat de NFC niet voldoende houvast kon bieden aan de sector. Eind december 2018 is het wetsvoorstel Wet Franchise gepresenteerd.

Hoofdlijnen van het wetsontwerp

De belangrijkste onderwerpen van het wetsvoorstel zijn:

  • Informatieverstrekking

Een belangrijk element van het wetsontwerp is de versterking van de informatiepositie van de franchisenemer.  Dit moet eraan bijdragen dat de franchisenemer niet instemt met een franchiseovereenkomst, waarvan hij de inhoud en eventuele risico’s niet kent. Deze informatieverstrekking heeft betrekking op de periode voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst en gedurende de looptijd van de overeenkomst. Onder informatie wordt verstaan alle informatie waarvan partijen weten of redelijkerwijs kunnen weten dat deze voor de ander van belang is of kan worden met het oog op het sluiten en de uitvoering van de overeenkomst.

  • Overleg

Voorts voorziet het wetsvoorstel in overleg tussen franchisegever en franchisenemer. Het overleg ziet primair op de onderlinge afstemming van de activiteiten, omdat partijen in samenwerking de markt bewerken. Tevens -en dit is misschien nog wel het meest opvallende aspect- betreft overleg het hebben van inspraak op beoogde wijzigingen door de franchisegever die een aanzienlijke invloed (kunnen) hebben op de exploitatie van de franchiseformule door een franchisenemer. Niet voor elke beoogde wijziging zal instemming van de franchisenemer nodig zijn, maar alleen die wijzigingen die aanzienlijke gevolgen voor de franchisenemer kunnen hebben. Per branche zal verschillen wat hieronder valt. Blijkens de Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel zal de franchisegever de voorafgaande instemmingen moeten verkrijgen van de franchisenemer of, naar eigen keuze van de franchisegever, van een eventueel orgaan dat de franchisenemers binnen de betreffende keten vertegenwoordigt.

  • Non-concurrentiebeding

Een ander belangrijk element is het non-concurrentiebeding. Een non-concurrentiebeding beperkt de franchisenemer om tijdens of na afloop van de franchiseovereenkomst concurrerende activiteiten uit te oefenen. De reikwijdte van het beding wordt beperkt tot a) één jaar na afloop van de franchiseovereenkomst en b) het geografische gebied waarbinnen de franchisenemer de formule mocht exploiteren.

  • Goodwill

In het wetsontwerp is tevens de verplichting opgenomen om in de franchiseovereenkomst afspraken te maken over een vergoeding van opgebouwde goodwill, voor zover deze in redelijkheid aan de franchisenemer is toe te rekenen. Dit is om te voorkomen dat de franchisenemer bij de beëindiging van de franchiseovereenkomst verplicht wordt om zijn onderneming te verkopen, zonder vergoeding van de door hem opgebouwde goodwill. Een dergelijke afspraak in de franchiseovereenkomst kan bijvoorbeeld een berekeningswijze zijn om de goodwill in de franchiseonderneming vast te stellen.

Gevolgen niet-naleving

De bepalingen betreffende de franchiseovereenkomst zijn van dwingend recht en strekken tot bescherming van de franchisenemer. Dit betekent dat indien van de dwingendrechtelijke bepalingen wordt afgeweken, de franchisenemer zich op vernietigbaarheid ex. artikel 3:40 lid 2 BW kan beroepen. Op grond van dat wetsartikel is een rechtshandeling die in strijd met een dwingendrechtelijke wetsbepaling en die uitsluitend strekken ter bescherming van één der partijen bij de overeenkomst, vernietigbaar.

Tot slot

Het voorstel voor de wet Franchise is naar de Raad van State gestuurd. Het is echter nog niet duidelijk of en zo ja wanneer de wet in werking zal gaan treden. Voor vragen ten aanzien van franchise kunt u vrijblijvend contact opnemen met een van onze ondernemingsrecht advocaten.


«MEER WETEN? »