Loonsanctie door een foutief advies van de bedrijfsarts?

De bedrijfsarts kan aansprakelijk zijn voor de geleden schade van de werkgever

Heeft u als werkgever te maken met een loonsanctie en bent u, eventueel samen met het UWV, van mening dat deze het gevolg is van het handelen van uw bedrijfsarts? Heeft de bedrijfsarts bijvoorbeeld foutief geadviseerd, zijn adviezen niet gedegen onderbouwd of in het geheel geen goede verzuimbegeleiding geboden? Een loonsanctie voelt in dergelijke gevallen aan als onterecht opgelegd: u heeft immers het advies van de bedrijfsarts te goeder trouw opgevolgd. Wat kunt u als werkgever vervolgens nog doen?

Hoofdregel: de werkgever is de eindverantwoordelijke voor een goed verlopend re-integratietraject

De werkgever is wettelijk verplicht om, in het kader van de re-integratie van een zieke werknemer, een bedrijfsarts in te schakelen. Deze bedrijfsarts adviseert de werkgever over het te volgen re-integratietraject. De werkgever is bij de re-integratie dus afhankelijk van de medische en professionele adviezen van de bedrijfsarts. Het komt geregeld voor dat deze adviezen achteraf -in de ogen van het UWV- foutief zijn, waardoor re-integratiekansen zijn gemist. Zo kan de bedrijfsarts bijvoorbeeld een foutieve inschatting maakt van de benutbare mogelijkheden van de werknemer, wat als gevolg heeft dat het tweede spoor niet of te laat wordt ingezet. Het missen van deze re-integratiekansen lijdt vervolgens tot een loonsanctie.

Werkgevers hebben in bezwaar- en beroepsprocedures tegen loonsancties vaak geprobeerd om zich te verschuilen achter het oordeel van de bedrijfsarts, om zo onder een loonsanctie uit te komen. Immers, de loonsanctie is het gevolg van de fout van de bedrijfsarts, zo luidt het verweer. Uit vaste jurisprudentie en regelgeving volgt echter dat de werkgever als enige eindverantwoordelijk is voor het resultaat van de re-integratie. Het UWV en de bestuursrechter in bezwaar- resp. (hoger) beroepsprocedures houden er dus geen rekening mee dat de werkgever afhankelijk is van de adviezen van de bedrijfsarts. Wanneer deze adviezen fout zijn, komt dat volledig voor rekening van de werkgever. Of toch niet?

De civielrechtelijke aansprakelijkheidstelling

De bovenstaande situatie kan door werkgevers als scheef worden ervaren. Werkgevers zijn wettelijk verplicht om bedrijfsartsen in te schakelen bij de re-integratie van hun zieke werknemer, doch mogen zij niet volledig vertrouwen op hun adviezen en komen hun fouten voor rekening van de werkgevers. De werkgever heeft, indien een bezwaar- en beroepsprocedure onsuccesvol is gebleken, echter een uitweg: de civielrechtelijke aansprakelijkheidstelling.

De werkgever heeft een overeenkomst gesloten met een arbodienst (of bedrijfsarts) waaruit doorgaans volgt dat de bedrijfsarts de werkgever zo goed mogelijk moet bijstaan bij de re-integratie van zieke werknemers. Voor een succesvolle aansprakelijkheidstelling moet worden vastgesteld dat de bedrijfsarts is tekortgeschoten in de nakoming van deze overeenkomst en dat de bedrijfsarts de werkgever dus niet goed heeft bijgestaan. Meer specifiek dient er sprake te zijn van een zogenaamde zorgplichtschending en juridisch moet worden aangetoond dat de bedrijfsarts niet heeft gehandeld zoals van een redelijk handelend en bekwaam vakgenoot mag worden verwacht.

Een fout van de bedrijfsarts waar een loonsanctie uit voortvloeit kan een zorgplichtschending met zich meebrengen. Uit (recente) voorbeelden uit de rechtspraak komt naar voren dat dit bijvoorbeeld het geval kan zijn als de bedrijfsarts zijn medisch oordeel over de situatie van de zieke werknemer niet goed onderbouwd of de voor zijn beroepsgroep geldende richtlijnen en protocollen niet naleeft (zoals de richtlijnen van de Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde, hierna: NVAB). De richtlijnen van de NVAB geven inzicht in hoe een bedrijfsarts in bepaalde situaties behoort te handelen. Het niet opstellen van bepaalde verplichte stukken (zoals een probleemanalyse of plan van aanpak) en het slecht begeleiden en onderzoeken van de zieke werknemer kunnen zorgplichtschendingen met zich brengen. Het gaat nog verder: ook typefouten van de bedrijfsarts in e-mails en voor de re-integratie benodigde documenten brengen zorgplichtschendingen met zich mee. Bedenkt u zich daarom altijd van de mogelijkheid om een loonsanctie te verhalen op de bedrijfsarts indien u meent dat deze (grove) fouten heeft gemaakt.

Let op bij contractuele uitsluiting aansprakelijkheid

Veel arbodiensten nemen zogenaamde exoneratiebedingen op in overeenkomsten met werkgevers. Deze bedingen kunnen aansprakelijkheid maximaliseren tot een bepaald bedrag of zelfs volledig uitsluiten. Op grond van de rechtspraak zijn exoneratiebedingen toegestaan vanwege het gegeven dat de vergoeding die de arbodienst voor haar diensten ontvangt niet in verhouding staat met het risico op relatief hoge schadeclaims. Toch betekent dit niet dat alle exoneratiebedingen stand kunnen houden. Zo kan een exoneratiebeding in ieder geval geen standhouden in die gevallen waarin de arbodienst zich al heeft verzekerd voor mogelijke schade. Ook wanneer de bedrijfsarts zich ten aanzien van de re-integratie van de zieke werknemer passief en niet doortastend heeft opgesteld, is over het algemeen geen plaats voor een gerechtvaardigd beroep op een exoneratiebeding.

Twijfelt u aan het handelen van de bedrijfsarts en krijgt u te maken met een loonsanctie? Neem dan contact op met FrankfortSluis Advocaten!


MEER WETEN? »