Nieuwe mogelijkheid werkgevers tijdens re-integratie: aanvragen van een tussentijds oordeel

Heeft u, als werkgever of misschien als werknemer, wel eens te maken gehad met onenigheid over het verloop van de re-integratie? U bent het bijvoorbeeld niet eens met het oordeel van de bedrijfsarts of de gehele re-integratie dreigt stil te vallen als gevolg van de houding van partijen. Dan bent u wellicht al bekend met de mogelijk van het aanvragen van een deskundigenoordeel bij het UWV. Nu staat er een tweede mogelijkheid voor de deur: het aanvragen van een tussentijds oordeel.

De re-integratie

Zowel de werkgever als de zieke werknemer heeft gedurende twee jaar (ook wel ‘wachttijd’ genoemd) de verplichting te werken aan de re-integratie. Indien de werkgever niet aan deze verplichting heeft voldaan, kan het UWV een loonsanctie opleggen. Dat brengt mee dat de werkgever maximaal een extra jaar het loon van de zieke werknemer moet doorbetalen.
Wetsvoorstel Wijziging van de Wet WIA

Werkgevers verkeren aan het einde van de wachttijd (twee jaar) vaak in onzekerheid. Zij zijn van mening dat het UWV niet transparant is bij de beoordeling van de uitgevoerde re-integratie-inspanningen, met als gevolg dat werkgevers onverwacht aanlopen tegen een loonsanctie met alle financiële gevolgen van dien. Toenmalig Minister Asscher heeft in 2017 voorgesteld om een mogelijkheid in te voeren tot het aanvragen van een zogenaamd ‘tussentijds oordeel’ bij het UWV. In het regeerakkoord van 10 oktober 2017 is bepaald dat dit wetsvoorstel zal worden doorgezet.

Hoe het werkt

Het tussentijds oordeel verschilt met de al bestaande mogelijkheid tot het aanvragen van een deskundigenoordeel. Het deskundigenoordeel kan onder meer informatie geven over de vraag of de tot dan toe verrichte re-integratie-inspanningen voldoende zijn geweest en kan ieder moment door zowel de werkgever als de werknemer worden aangevraagd. Het in te voeren tussentijds oordeel geeft inzicht in de vereiste re-integratie-inspanningen voor de toekomst, in het bijzonder de vereiste activiteiten die tijdens het tweede ziektejaar moeten worden verricht. Het tussentijds oordeel kan alleen worden aangevraagd door de werkgever na de eerstejaarsevaluatie en dus niet door de werknemer. De werkgever moet bij die aanvraag een overzicht aanleveren van de tot dan toe verrichte re-integratie-activiteiten en ook een re-integratieplan overleggen voor de (in zijn ogen vereiste) activiteiten die in het tweede ziektejaar moeten worden ondernomen.

Het UWV beoordeelt het re-integratieplan vervolgens binnen vier weken na de aanvraag. Luidt dat oordeel positief, dan kan het UWV aan het einde van het tweede ziektejaar in principe enkel toetsen aan de vraag of de activiteiten volgens het ingediende en goedgekeurde re-integratieplan zijn uitgevoerd. Zo ja, dan hoeft de werkgever in principe niet te vrezen voor een loonsanctie, ook niet als sprake is van een onbevredigend resultaat. Door middel van deze maatregel wordt geprobeerd om de onzekerheid waar werkgevers mee te maken krijgen gedurende en aan het einde van de wachttijd, weg te nemen.

Valkuil

Hoewel het tussentijds oordeel als doel heeft de werkgever een bepaalde garantie te geven dat geen loonsanctie zal worden opgelegd, geeft het echter geen 100% garantie. De re-integratie van een zieke werknemer is in de praktijk sterk aan verandering onderhevig en een onstabiel en fluctuerend ziektebeeld komt vaak voor. Het ingediende re-integratieplan is een momentopname, omdat deze wordt ingediend op basis van de op dat moment voorhanden informatie over de zieke werknemer en zijn prognose. Is na het eerste ziektejaar een re-integratieplan ingediend en een positief tussentijds oordeel afgegeven, maar verslechtert de situatie van de zieke werknemer in het tweede ziektejaar, dan dient de werkgever het re-integratieplan alsnog bij te stellen. Doet de werkgever dit niet, dan ontkomt hij alsnog niet aan een loonsanctie. Van de werkgever blijft verwacht worden dat hij voldoende maatregelen neemt in het geval van een wijziging in de situatie van de zieke werknemer. Het blijft dan ook van groot belang dat de werkgever en de bedrijfsarts niet ‘achterover gaan leunen’ in het tweede ziektejaar, maar actief bezig blijven met de re-integratie van de zieke werknemer.

De werkgever doet er dus goed aan om, ook na een positief beoordeeld re-integratieplan, te blijven bedenken of het gevolgde pad in het tweede ziektejaar de juiste is. Overigens is het nog niet bekend hoeveel het aanvragen van een tussentijds oordeel zal gaan kosten, maar naar verwachting zal dat het aanvragen van een deskundigenoordeel niet veel overstijgen.
Heeft u vragen omtrent de re-integratie of het arbeidsrecht in het algemeen? Neem dan contact op met FrankfortSluis advocaten!


«MEER WETEN? »