Opnieuw in het nieuws: wetgeving KEI

In 2012 introduceerde de Rechtspraak het programma ‘Kwaliteit en Innovatie’ (hierna: KEI). Het doel van KEI was om de rechtspraak te moderniseren en om procedures en werkprocessen te vereenvoudigen, digitaliseren en uniformeren. Inmiddels is ruim € 200 miljoen geïnvesteerd om KEI te realiseren, maar zijn de voorgenomen wijzigingen in het burgerlijk procesrecht per 1 oktober 2019 voor een groot deel teruggedraaid.

KEI in het burgerlijk procesrecht

In 2014 hebben de toenmalige ministers van Veiligheid en Justitie en Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties een wetsvoorstel gepubliceerd tot wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) met als doel vereenvoudiging en digitalisering van het procesrecht. De rechterlijke macht moest toegankelijker worden gemaakt en het burgerlijk procesrecht moest worden gemoderniseerd. Met het Wetsvoorstel werd meer regie en maatwerk voor de civiele rechter beoogd en zou er digitaal geprocedeerd worden. In 2016 is de Wet tot wijziging van het wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering inwerking getreden.

Ten aanzien van digitaal procederen werd in oktober 2016 in de rechtbanken Gelderland en Midden-Nederland gestart met pre-pilots, waardoor op vrijwillige basis digitaal geprocedeerd kon worden in civiele handelszaken met een belang van meer dan € 25.000. Per september 2017 werd het vrijwillig digitaal procederen in deze zaken omgezet in verplicht digitaal procederen. Het plan was om dit eind 2018 landelijk in te voeren. Dit plan is (bijna) volledig mislukt.

Minister Dekker (Rechtsbescherming) heeft op 13 juli 2018 de Tweede Kamer gemeld dat moest worden afgezien van landelijke uitrol van de digitalisering voor handelszaken met verplichte procesvertegenwoordiging. Het gevolg hiervan is dat de wetgeving op basis waarvan in de rechtbanken Gelderland en Midden-Nederland digitaal geprocedeerd wordt, moet worden ingetrokken.

Problematiek

In 2014 heeft een speciaal daarvoor opgerichte commissie, commissie-Elias, onderzoek gedaan naar ICT-projecten bij de overheid. In datzelfde jaar presenteerde de commissie-Elias een eindrapport inzake de besturing en beheersing van projecten met een belangrijk ICT-component bij de overheid. De conclusie van de commissie was niet mals. De overheid had een groot deel van haar ICT-projecten niet op orde, waardoor belastinggeld wordt verspild. In het kort luidde de aanbeveling van de commissie om BIT (Bureau ICT-toetsing) op te richten, die alle projecten van de overheid boven de €5 miljoen waarbij de ICT-component een belangrijke rol speelt op een aantal punten dient te toetsen, voorafgaand aan de aanbesteding. Van belang is dat eerst de processen geharmoniseerd worden voordat gestart wordt met digitalisering. Deze aanbevelingen zijn echter niet door de wetgever meegenomen in de KEI-wetgeving.

Ook de Nederlandse Orde van Advocaten, de Raad van State en Tegenlicht – een vereniging van rechters uit Midden-Nederland- hadden hun zorgen geuit over de samenhang tussen vereenvoudigen en uniformering van het procesrecht en de automatisering daarvan.

De investeringen van circa €200 miljoen hebben uiteindelijk tot weinig geleid. Gebleken is dat de schaal en complexiteit van het digitaliseringsproces zijn onderschat en het digitale systeem niet verder bij de andere rechtbanken in gebruik kan worden genomen.

Spoedwet KEI: wat gaat er veranderen

Op 1 oktober 2019 is wederom een Wet tot wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering inwerking getreden. Deze wetswijziging ziet op een tweetal onderwerpen.

De nieuwe wetgeving regelt het stopzetten van verplicht digitaal procederen in de rechtbanken Gelderland en Midden-Nederland. Hierdoor geldt in alle gerechten, in eerste aanleg en in hoger beroep, weer hetzelfde civiele procesrecht. Overigens blijft de verplichting tot digitaal procederen bij de Hoge Raad van kracht.

Verder regelt de wet de verruiming van de mogelijkheden voor de mondelingen behandeling. Deze wetwijziging biedt de rechter in dagvaardingsprocedures ruimte om de mondelinge behandeling af te stemmen op de bijzonderheden van de zaak. De rechter kan partijen bijvoorbeeld verzoeken om inlichtingen te geven, partijen de gelegenheid geven hun stellingen nader te onderbouwen of een schikking te beproeven. Partijen weten derhalve wat ze kunnen verwachten op de mondelinge behandeling. De gelegenheid voor pleidooi komt hiermee te vervallen. Deze mogelijkheden zijn van overeenkomstige toepassing op verzoekschriftprocedures, tenzij de aard van de zaak of de procedure zich hiertegen verzet.

Deze wetswijzigingen zijn van toepassing op procedures waarbij het exploot van dagvaarding op of na 1 oktober 2019 rechtsgeldig is betekend en op procedures waarbij een verzoekschrift op of na 1 oktober 2019 bij de rechter is ingediend.

Digitalisering in andere rechtsgebieden

In andere rechtsgebieden is de digitalisering van de rechtspraak wel succesvol geweest. Bijvoorbeeld in zaken waarin de rechter een toezichthoudende rol heeft, zoals faillissementszaken. Deze zaken worden tegenwoordig over het algemeen digitaal afgewikkeld. In het strafrecht kunnen strafdossiers digitaal worden verstrekt indien het Openbaar Ministerie (OM) de zaak digitaal aanbrengt. Dossier kunnen digitaal worden vertrekt in politiezaken, kinderzaken, kantonzaken, meervoudige kamerzaken en (super)snelrechtzaken. Ten slotte procederen advocaten in asiel- en bewaringszaken bij alle rechtbanken zelfs al verplicht digitaal.

Vragen

Voor vragen over dit onderwerp of andere vragen op juridisch gebied kunt u vrijblijvend contact opnemen met een van onze advocaten of met onze juriste, Noor Reinalda.


«MEER WETEN? »