Regeerakkoord: belangrijkste wijzigingen voor zzp’ers

Het op 10 oktober jl. gepubliceerde Regeerakkoord 2017-2021 stelt een aantal fundamentele arbeidsrechtelijke wijzigingen voor opdrachtgevers en opdrachtnemers. FrankfortSluis Advocaten informeert u over de voornaamste wijzigingen.

Een aantal jaar geleden is de VAR afgeschaft. Na afschaffing van de VAR deed de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (Wet DBA) zijn intrede. Zoals u weet zijn de opdrachtgever en de zelfstandige (de opdrachtnemer) volgens deze wet samen verantwoordelijk voor de fiscale gevolgen van hun contractuele werkrelatie.

Veelgehoord argument uit de praktijk is dat als gevolg van de Wet DBA het zo goed als onmogelijk werd gemaakt om nog zaken te doen met een zelfstandige. Met het recente regeerakkoord zal het één en ander gaan veranderen voor opdrachtgevers en opdrachtnemers. Volgens het kabinet moet er een nieuwe balans tussen flex en vast worden gevonden. ‘Wie bewust kiest voor het zelfstandig ondernemerschap leggen wij niets in de weg. Tegelijkertijd beschermen we mensen die vaak onverzekerd en zonder alternatief zijn aangewezen op het ZZP-schap”, aldus de VVD, D66, CDA en CU.

De vraag die nu is actueel is, waarmee moeten opdrachtgevers en opdrachtnemers rekening houden als gevolg van het regeerakkoord?

Vervanging Wet DBA

De aangekondigde en meerdere malen uitgestelde Wet DBA komt te vervallen. Voorts is de kans groot dat de handhaving van de Wet DBA zal worden uitgesteld tot 1 januari 2019 of tot een later moment als de nieuwe regelgeving er is. In de nieuwe wet zal in ieder geval aan de hand van drie elementen, te weten de duur van de opdracht, het overeengekomen uurtarief en de aard van de opdracht, kunnen worden bepaald of er op basis van een overeenkomst van opdracht of een arbeidsovereenkomst wordt gewerkt.

Met het intreden van de nieuwe wetgeving krijgen zelfstandigen meer zekerheid over het inkomen en het soort werkrelatie. Er wordt namelijk bepaald dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst:

  • bij een laag tarief (125% van het minimumloon of de laagste loonschalen in cao’s) in combinatie met:
    • een contractduur langer dan 3 maanden of;
    • het verrichten van reguliere bedrijfsactiviteiten.

Het inzetten van zelfstandigen onder het minimumtarief is gelet op bovenstaande voorwaarden in beginsel niet langer mogelijk. Een uitzondering hierop geldt voor niet-reguliere bedrijfsactiviteiten zolang deze niet langer duren dan drie maanden. Voor zelfstandigen met een hoog tarief (boven € 75 per uur) en een korte contractduur (korter dan één jaar) wordt een ‘opting-out’ voor de loonbelasting en de werknemersverzekeringen ingevoerd.

Voor zelfstandigen die boven het lage tarief maar onder het hoge tarief contracteren, wordt door de Belastingdienst een ‘opdrachtgeversverklaring’ ingevoerd. Deze verklaring, die de huidige modelovereenkomst zal vervangen, biedt partijen zekerheid dat geen loonheffingen verschuldigd is. Partijen kunnen in dat geval over de premies en loonbelasting contacteren. Er moet dan wel sprake zijn van een overeenkomst van korte duur (korter dan één jaar) dan wel een overeenkomst gesloten langer dan één jaar waarbij geen sprake is van reguliere bedrijfsactiviteiten. Een categorie zelfstandigen die hieronder geschaard kunnen worden zijn bijvoorbeeld interim-managers.

Afbouw zelfstandigenaftrek en verhoging laag btw-tarief

Uit de tekst van het regeerakkoord blijkt dat zelfstandigen rekening moeten houden met een afbouw van de zelfstandigenaftrek. De zelfstandigenaftrek wordt vanaf 2020 in vier jaarlijkse stappen van 3% afgebouwd. Het tarief voor de zelfstandigenaftrek zal in 2023 uitkomen op het basistarief van 37%. Voorts wordt het lage btw-tarief vanaf 2019 verhoogd van 6% naar 9%. Dit tarief geldt voor onder meer primaire levensbehoeften zoals voedingsmiddelen, agrarische producten en medicijnen.

Verdere plannen voor de ZZP-er in het regeerakkoord

Het kabinet wil gaan verkennen of en hoe bij zelfstandigen de verzekeringsgraad voor arbeidsongeschiktheid kan worden verhoogd. Een groot aantal zelfstandigen heeft geen arbeidsongeschiktheidsverzekering en het kabinet is het tot heden niet gelukt om deze voor zelfstandigen verplicht te stellen. Een groot deel van de zelfstandigen zal dus zelf moeten opdraaien voor zijn of haar levensonderhoud wanneer deze arbeidsongeschikt raakt. Verder zal het kabinet gaan verkennen of en hoe zelfstandig ondernemerschap via de invoering van een ondernemersovereenkomst een eigen plek kan krijgen in het Burgerlijk Wetboek.

De daadwerkelijke invoering van de nieuwe wet zal nog voldoende stof zijn voor overleg en discussie. Via onze blogs zult u op de hoogte worden gehouden van de ontwikkelingen.


«MEER WETEN? »