Wetsvoorstel Bestuur en Toezicht Rechtspersonen (WBTR) aangenomen door Tweede Kamer

De Tweede kamer heeft op 4 februari 2020 het wetsvoorstel WBTR aangenomen. Het voorstel ligt nu ter beoordeling bij de Eerste Kamer. De verwachting is dat het in de loop van 2020 als onderdeel van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) zal worden ingevoerd.

Doelstelling

Met het voorstel wil de wetgever de kwaliteit van het bestuur en het toezicht voor de rechtspersonen vereniging, de stichting, de coöperatie en de onderlinge waarborgmaatschappij verbeteren. In de kern komt het erop neer dat een aantal reeds voor de Naamloze Vennootschap (NV) en Besloten Vennootschap (BV) bestaande regels op het gebied van bestuur, toezicht en de interne formele organisatie (governance) ook van toepassing wordt op eerdergenoemde rechtspersonen. De achtergrond van de nieuwe wetgeving is het wegnemen van onnodige verschillen tussen de onderscheiden rechtsvormen om zo de rechtszekerheid te bevorderen.

Inhoud

De regeling krachtens de WBTR zal specifiek betrekking hebben op:

  1. Een algemene wettelijke grondslag voor de raad van commissarissen (RvC);
  2. Het ontslag van bestuurders en commissarissen van de stichting;
  3. Een uniforme norm voor de taakvervulling door bestuurders en commissarissen;
  4. Een algemene grondslag voor het monistisch bestuursmodel (one-tier board);
  5. Een drietal gronden voor de aansprakelijkheid van bestuurders en commissarissen: de interne aansprakelijkheid, de externe aansprakelijkheid en de misleidende jaarrekening;
  6. Besluitvorming van bestuurders en commissarissen met een tegenstrijdig belang.

Ad 1. RvC

Tot nu toe geldt alleen voor de NV, BV en coöperatie een wettelijke grondslag voor het instellen van een RvC. Die wordt nu voor alle rechtspersonen ingevoerd. Let op: de wetgever kiest kennelijk uitdrukkelijk voor de aanduiding RvC en niet voor RvT (Raad van Toezicht). Overigens zal dat voor de juridische kwalificatie niet uitmaken. Van belang is dat het toezichthoudende orgaan op grond van de wet of de statuten tot taak heeft toezicht te houden op het beleid van het bestuur en de algemene gang van zaken.

Ad 2. Ontslag bestuurders en commissarissen

De huidige regeling maakt het mogelijk dat een bestuurder van een stichting, die zich schuldig maakt aan wanbeleid, ontslagen kan worden door de rechtbank. De WBTR verruimt de gronden voor het ontslag van een stichtingsbestuurder en introduceert bovendien een vergelijkbare regeling voor het ontslag van een commissaris van een stichting. Het civielrechtelijk bestuursverbod (artikel 106a Faillissementswet) gaat zowel voor de stichtingsbestuurder als voor een commissaris van een stichting gelden.

Ad 3. Uniforme norm taakvervulling

In de huidige regeling in het BW is alleen bij de NV en BV (en deels de coöperatie) een norm- en taakstelling voor het bestuur en de RvC gegeven. Voor het bestuur geldt dat dit zich moet richten naar het belang van de rechtspersoon. De RvC moet toezicht houden op het bestuur en de algemene gang van zaken. Met de WBTR worden deze normen voor alle rechtspersonen geïntroduceerd.

Ad 4. Algemene grondslag one-tier board

In 2013 is het monistisch bestuursmodel (one-tier board) voor de NV en de BV ingevoerd. In tegenstelling tot het dualistisch bestuurssysteem waarin het bestuur is opgedragen aan het bestuur en het toezicht aan de RvC (two-tier board) nemen in het monistisch bestuursmodel zowel de uitvoerende als niet uitvoerende functionarissen zitting in één orgaan. De uitvoerende bestuurders houden zich bezig met de dagelijkse leiding, de niet uitvoerende bestuurders houden toezicht op de uitvoerende bestuurders. De mogelijkheid van het monistisch bestuursmodel gaat in de WBTR gelden voor alle rechtspersonen.

Ad 5. Aansprakelijkheid van bestuurders en commissarissen

In de huidige regelingen zijn bestuurders van alle rechtspersonen tegenover de rechtspersoon gehouden tot een behoorlijke taakvervulling (interne aansprakelijkheid). Voor de RvC geldt op dit vlak geen uniforme regeling. In de WBTR gaat de interne aansprakelijkheid voor de RvC van alle rechtspersonen gelden.

De regels van externe aansprakelijkheid van bestuurders en commissarissen gelden tot nu toe alleen voor de NV, de BV en voor andere rechtspersonen, mits op commerciële leest geschoeid. Het gaat dan met name om aansprakelijkheid bij faillissement, die voortvloeit uit onbehoorlijk bestuur waarvan aannemelijk is dat daarin een belangrijke oorzaak van het faillissement is gelegen. In de WBTR komt de externe aansprakelijkheid te gelden voor (bezoldigde) bestuurders en commissarissen van alle rechtspersonen.

Onder het huidige recht geldt dat bestuurders van de NV, de BV en van commerciële rechtspersonen door derden aansprakelijk kunnen worden gesteld als de jaarrekening (ook tussentijdse cijfers) een misleidende voorstelling geeft van de toestand van de onderneming. Na invoering van de WBTR geldt dit voor bestuurders en commissarissen van alle rechtspersonen.

Ad 6. Tegenstrijdig belang

De huidige wet kent voor de NV, de BV, de vereniging en de coöperatie een tegenstrijdig- belangregeling. Wanneer er sprake is (kan zijn) van een tegenstrijdig belang tussen een bestuurder/ commissaris en zo’n rechtspersoon, mag de betreffende functionaris niet deelnemen aan de beraadslaging en de besluitvorming. De regeling voor de NV en de BV verschilt inhoudelijk van die voor de vereniging en de coöperatie. Voor de stichting bestaat er helemaal geen regeling.

Met de invoering van de WBTR komt er een uniforme tegenstrijdig-belangregeling die voor alle rechtspersonen geldt.

Conclusie

Afsluitend kan worden vastgesteld dat de nieuwe regelingen een wisselend effect zullen hebben. Sommige sluiten min of meer aan bij de bestaande praktijk; andere zullen een wezenlijke invloed kunnen hebben op de rechtspraktijk. In ieder geval verdient het aanbeveling om nadat het parlement (de Eerste Kamer) zijn goedkeuring zal hebben gegeven aan de WBTR de statuten, reglementen, aandeelhoudersovereenkomsten etc. van rechtspersonen te laten toetsen aan de nieuwe regels.

Dick Sluis

 


«MEER WETEN? »