Wetsvoorstel voor het wijzigen van de Wet Werk en Zekerheid

De Wet Werk en Zekerheid is nog geen anderhalf jaar oud en zal, ingegeven door de vele kritieken uit de arbeidsrechtpraktijk, veranderen. Door minister Asscher is een wetsvoorstel ingediend die de WWZ op twee punten moet wijzigingen. De wijzigingen die zijn voorgesteld zien enerzijds op het recht op een transitievergoeding bij langdurige arbeidsongeschiktheid en anderzijds op de mogelijkheid om van de transitievergoeding bij ontslag wegens bedrijfseconomische omstandigheden af te wijken.

De achterliggende reden van het wetsvoorstel is onder meer om een einde te maken aan de situatie waarin de werkgever het dienstverband van de langdurig arbeidsongeschikte werknemer slapend houdt om te voorkomen dat hij de werknemer (van wie het loon gedurende de eerste twee jaar van de ziekte ook al heeft moeten doorbetalen) de transitievergoeding verschuldigd is .Voorts wordt voorgesteld om bij een ontslag om bedrijfseconomische redenen (waaronder een bedrijfsbeëindiging) de voorwaarde dat (gekapitaliseerde) waarde van de bij cao geregelde voorziening gelijkwaardig moet zijn aan de transitievergoeding waar een individuele werknemer recht op zou hebben gehad te laten vervallen. Hiermee wordt het beter mogelijk om afwijkende regelingen te maken die aansluiten bij de bedoeling van de bevordering van de transitie van werk naar werk en compensatie van de gevolgen bij ontslag.

Wat verandert er nu eigenlijk?

In het geval van een langdurig arbeidsongeschikte werknemer zal de werkgever het salaris van de werknemer twee jaar lang moeten doorbetalen en tevens begeleiden bij de re-integratie. Na twee jaar kan de werkgever het dienstverband met de arbeidsongeschikte werknemer beëindigen, maar is nog wel de wettelijk vastgestelde transitievergoeding verschuldigd. De werkgever ziet zich, als hij daarvoor geen geschikte verzekering heeft afgesloten, geconfronteerd met aanzienlijke kosten. Dit wordt door werkgevers als onrechtvaardig ervaren.

De arbeidsongeschikte werknemer die na twee jaar nog in dienst is bij de werkgever heeft recht op een transitievergoeding. Het wetsvoorstel zal hierin ook geen verandering brengen. Het wetsvoorstel voorziet echter wel in een compensatie voor de werkgever voor de kosten van de transitievergoeding. De compensatie zal voortaan volledig voor rekening van het UWV komen en zal worden verstrekt vanuit het Awf. Om verschillen tussen werkgevers die voor en na inwerkingtreding van de maatregel tot ontslag overgaan te voorkomen, zal de maatregel met terugwerkende kracht tot 1 juli 2015 worden ingevoerd. Het wetsvoorstel maakt geen onderscheid in de wijze van beëindiging van het dienstverband. Ook in het geval de arbeidsovereenkomst van de arbeidsongeschikte werknemer met wederzijds goedvinden (vaststellingsovereenkomst) zal worden beëindigd, zal de transitievergoeding voor rekening van het UWV komen. Achterliggende reden is dat moet worden voorkomen dat de werkgever zich onnodig tot het UWV wendt om de arbeidsovereenkomst te beëindigen. Hiermee moet een einde komen aan de problematiek rondom het slapend dienstverband.

De tweede verandering ziet op het ontslag om bedrijfseconomische redenen. In de huidige situatie maakt de werknemer geen aanspraak op een transitievergoeding bij bedrijfseconomisch ontslag in het geval in de CAO een gelijkwaardige voorziening is opgenomen. Hierbij moet men denken aan werk naar werk arrangementen zoals outplacementregelingen en scholing maar ook een eventuele aanvulling op de WW. Voorwaarde is dat de geregelde voorziening gelijk moet zijn aan de transitievergoeding waar de werknemer recht op zou hebben gehad. Per individu kan dit aanzienlijk verschillen.

In het wetsvoorstel is het aan de cao partijen overgelaten om te bepalen wat de inhoud en omvang van de cao-voorziening zal zijn en door wie een dergelijke vergoeding verschuldigd is. Naast de individuele werkgever kan namelijk ook een fonds worden opgericht waar werkgevers jaarlijkse een bijdrage aan leveren. Dit geeft de werkgevers ook de nodige speelruimte.

Monique Bonsen heeft in het artikel ‘’Gelijkwaardigheid. Feit of fictie’’, TAP 2016, 4, besproken wat de complicaties zijn bij de huidige tekst van artikel 7: 673b BW. Omdat niet makkelijk is vast te stellen of de afwijkende voorziening in de Cao voldoet aan de eis van gelijkwaardigheid, vraagt zij zich hardop af of de sociale partners daadwerkelijk geholpen zijn met deze afwijkingsmogelijkheid. Minister Asscher komt met het ingediende wetsvoorstel gedeeltelijk tegemoet aan de geconstateerde complicaties. Het wetsvoorstel biedt echter geen oplossing voor de gesignaleerde problemen met betrekking tot de ongebonden werknemers. Het wetsvoorstel levert op haar beurt dan ook weer nieuwe vragen op. Het is dan ook maar de vraag of het wetsvoorstel daadwerkelijk de problemen oplost.

Het artikel van Monique Bonsen kunt u terugvinden op onze website, onder het kopje actueel.


«MEER WETEN? »