WWZ (2): het aangaan van een arbeidsovereenkomst

Waarmee moet een ondernemer rekening houden bij het aangaan van een nieuwe arbeidsovereenkomst?

  • Proeftijd is niet meer toegestaan bij contracten van zes maanden of korter.

Toelichting

Het is bij arbeidsovereenkomsten van zes maanden of korter met de invoeding van de WWZ niet meer toegestaan om een proeftijdbeding op te nemen. Indien dat wel gebeurt, dan is het proeftijdbeding nietig. Dat betekent dat het beding nooit werking heeft gehad en ook nooit zal krijgen. De maximale proeftijd die kan worden opgenomen is één maand bij een contract van 6 maanden tot 2 jaar. Bij een contract van 2 jaar of meer kan een proeftijd van twee maanden worden opgenomen.

  • Concurrentiebeding kan (bijna) niet meer worden opgenomen in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd.

Toelichting

In arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd kan in beginsel geen concurrentiebeding meer worden opgenomen, tenzij in de arbeidsovereenkomst gemotiveerd wordt waarom het opnemen van een concurrentiebeding noodzakelijk is vanwege zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen. De werkgever zal op het moment dat hij zich op het concurrentiebeding beroept, moeten aantonen dat het zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelang nog steeds bestaat. De noodzaak voor het opnemen van een concurrentiebeding moet dus op twee momenten aanwezig zijn en de toetsing vindt pas achteraf plaats.

  • Aanzeggingsplicht bij arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd.

Toelichting

Er is een aanzeggingsplicht bij arbeidsovereenkomsten die worden aangegaan voor bepaalde tijd voor de duur van zes maanden of langer. De aanzeggingsplicht houdt in dat de werkgever uiterlijk één maand voor afloop van de arbeidsovereenkomst aan de werknemer moeten laten weten of deze wel of niet wordt verlengd. Wanneer de werkgever de arbeidsovereenkomst wil voortzetten zal hij ook moeten laten weten onder welke voorwaarden de arbeidsovereenkomst kan worden voortgezet. Aan het niet nakomen van de aanzeggingsplicht zijn (financiële) consequenties voor de werkgever verbonden. Als de werkgever niet voldoet aan deze aanzeggingsplicht, dan is hij een vergoeding verschuldigd aan de werknemer ter hoogte van één bruto maandsalaris. Als de aanzegging te laat is, heeft de werknemer recht op een vergoeding naar rato. Heeft de werkgever wel schriftelijk aangegeven dat hij de arbeidsovereenkomst wil voortzetten, maar wordt niet vermeld onder welke voorwaarden, dan wordt de arbeidsovereenkomst geacht te zijn voortgezet voor dezelfde tijd (maar maximaal voor een jaar) onder de ‘oude’ voorwaarden.

Emma de Boer


«MEER WETEN? »